Zorgprogramma

Voor wie?

Het programma beschrijft de zorg voor patiënten met risicofactoren voor hart- en vaatziekten en patiënten die al hart- en vaatziekten hebben en die de huisarts als hoofdbehandelaar hebben.

Door wie?

De zorg wordt geleverd door samenwerking van de huisarts, de praktijkondersteuner, de centrumassistente, de apotheker, de diëtist en de fysiotherapeut.

Wat houdt het zorgprogramma in?

Wij willen alle patiënten die risicofactoren hebben voor hart- en vaatziekten, of die al schade hebben aan hart of bloedvaten, de juiste zorg bieden. Ook willen wij patiënten die zich afvragen of ze een verhoogd risico hebben en daarom behoefte hebben aan een “check-up” op dit gebied goed “bedienen”.

Alle patiënten met hoge bloeddruk en een hoog cholesterol die bij de huisarts onder behandeling zijn, worden regelmatig gecontroleerd. De nadruk ligt in de eerste plaats op een gezonde leefstijl: gezonde voeding, een gezond gewicht, voldoende lichaamsbeweging en niet roken. Patiënten die moeite hebben om hun leefstijl aan te passen en kampen met overgewicht kunnen verwezen worden naar de diëtist. Als daar reden toe is wordt medicatie voorgeschreven. Jaarlijks wordt een jaarcontrole uitgevoerd op alle risicofactoren (waaronder diabetes).

De controles vinden elke drie maanden plaats en als het goed gaat elke zes tot twaalf maanden. Dit gebeurt bij de assistente of de praktijkondersteuner. De jaarcontrole wordt uitgevoerd door de praktijkondersteuner. De praktijkondersteuner en de assistente overleggen met de huisarts als er reden is om het beleid aan te passen, bijvoorbeeld op het gebied van geneesmiddelen. Als er geneesmiddelen worden voorgeschreven is het de rol van de apotheker om te controleren of  geneesmiddelen gecombineerd mogen worden met andere, om na te gaan of de voorgeschreven middelen geen nadelig effect hebben op andere ziekten en om goede voorlichting te geven over de medicatie zodat deze op de juiste manier gebruikt wordt. Tevens evalueert de apotheker jaarlijks het medicatiegebruik bij hoogrisicopatiënten en bespreekt dit met de  huisarts en de praktijkondersteuner. Huisarts en apotheker overleggen dagelijks over vragen rond het geneesmiddelgebruik.

Bovenstaande zorg is ook voor toepassing voor patiënten met een hart of vaatziekte die niet (meer) bij een specialist komen, dus na een hartinfarct, een beroerte of een TIA en bij etalagebenen.

Jaarlijks wordt nagegaan of alle patiënten die in aanmerking komen voor bovenbeschreven zorg die zorg ook krijgen. Ook wordt nagegaan of de zorg verbeterd moet worden.